Pagina's

maandag 31 oktober 2011

Supersnelle appelcaketaart


Trrrrring trrring! Goede vriendin aan de telefoon. Ze zegt dat ze over half uurtje bij me is om knus een kopje thee te leuten. Gezellig!
Natuurlijk hoort er wat bij de thee, alleen heb ik niks in huis. Wel 50 gr boter, 85 gr suiker, 1 ei, 100 gr zelfrijzend bakmeel en 2 el melk. Hiervan maak ik snel deeg met een mixer en giet het in een kleine taartvorm bekleed met bakpapier. Ondertussen verwarm ik de oven op 200 C. Vlug schil ik 2 appels, snij ze in vieren en daarna in kleine parten. Natuurlijk wel zonder klokhuis. De parten steek ik mooi in de cake en bak ‘m 20 minuten in de oven. 2 el abrikozenjam meng ik met wat kaneel en verdeel dit met een lepel over de warme cake. Nog 5 minuten de oven in en ondertussen zet ik water op. Ding Dong! Vriendin belt aan en wij gaan aan de thee met taart.

zaterdag 1 oktober 2011

Beestachtig lekkere charcuterie


Een parmantig knotje bovenop haar hoofd, gestifte lippen, groen-wit gestreept schortjurkje aan, chique netpanty met daaronder keukenklompjes. Dat is Diny Schouten. De vrouw die De Pasteibakkerij heeft opgezet en samen met haar rechterhand Floris Brester ouderwetse charcuterie maakt. Producten die bijna in de vergetelheid zijn geraakt omdat slagers nog maar weinig zelf maken vanwege de bewerkelijkheid. Want wie maakt er tegenwoordig nog rillette van wilde ganzen of terrine de tête?

Voor de preskop moet het hoofd van het varken zeker 8 uur staan pruttelen, dan moeten de bruikbare delen van de kop eraf gepulkt en gesorteerd worden. De mooie delen als wang, snuit, tong, en het zacht roze achter het oog worden daarna in mooie stukjes gescheurd om ze daarna te verwerken in de terrine de tête. Daar gaat tijd in zitten en is er vakmanschap voor nodig.

Om ervaring op te doen mocht ik een dag meehelpen met deze ambachtelijke werkwijze. Dit is voor mij toch wel een kleine drempel overwinnen want hoe vaak piel je de ogen uit het bot? Nou, ik niet dagelijks, laat ik zeggen ik heb het nooit eerder gedaan. Maar waar komt dan het idee vandaag dat het griezelig is? Omdat het om een dood dier gaat? En de stukken die door je handen gaan nog herkenbaar zijn? Dat gevoel eenmaal overwonnen blijkt het onzin om hier van te griezelen, het is zelfs interessant. En wetende dat het ook nog eens van gezonde mooie varkens komt die een goed leven hebben gehad maakt dat ik het eigenlijk hartstikke leuk vind.

Het is niet alleen een plezierig werkje, maar ook nog eens goed want je gebruikt het dier van kop tot staart. In NL wordt veel ‘rest vlees’ van varkens verwerkt in producten als frikadellen of verkocht en geëxporteerd naar landen als Frankrijk en Spanje waar ze wel raad weten met dat lekkers. Dat is zonde want van deze geweldig smaakvolle delen kunnen de prachtigste, ook Hollandse, delicatessen gemaakt worden. En dat doet De Pasteibakkerij dus. Ook omdat zij vinden dat als een dier wordt geslacht je alle delen zo goed mogelijk moet benutten. Er zit veel meer aan een varken dan een haasje, karbonaadje en een ham.

In een ouderwetse slagerij in de Rivierenbuurt in Amsterdam met een uitstraling die perfect past bij de producten die hier worden gemaakt. Ouderwets. Maar zoals vaak word gezegd, alles was vroeger beter én lekkerder. Want wat Diny en Floris maken smaakt volgens vele van hun trouwe fans naar vroeger. De kwaliteit is luxe, de producten delicatessen. Wat fijn dat De Pasteibakkerij er is om deze smaken voort te laten bestaan. En dat vinden veel restaurants ook waar de producten op de kaart staan. Mocht je nu zelf ook van deze charcuterie willen genieten, ga dan naar:

De Pasteibakkerij
Hoendiepstraat 2
1079 LT Amsterdam (Rivierenbuurt)
Open: vrijdag van 10 tot 18.30 uur en zaterdag van 10 tot 16 uur.
Verder zijn een aantal producten ook te koop bij Caulils en Kef in Amsterdam.

En mijn favoriet? De zachte, romige Boudin Blanc (worstje). Die eet ik met heel dun gesneden en kort gebakken venkel met wat appel en een lauwwarme aardappelsalade met citroen en veel peterselie en bieslook.

zaterdag 3 september 2011

Lekkerste calamaresringen


Calamaresringen. Tjonge, ik zou niet weten hoeveel ik er tot nu toe in mijn leven heb gegeten maar ik denk dat als je er een slinger van zou maken dat je er een flatgebouw mee kan versieren. De lekkerste? Die maak ik zelf:

- 100 g droog broodkruim (van paar oude witte boterhammen, vermalen in bv koffiemaler)
- fijn geraspte schil van 2 citroenen
- 100 g bloem
- 2 eieren, losgeklopt
- 400 g ringen van inktvis (kocht ik bij de visboer)
- 4 zure augurkjes (cornichons)
- 2 tl kappertjes
- 3 el mayonaise
- 3 el Griekse yoghurt
- 1 kleine teen knoflook, fijn geraspt
- beetje citroensap
- zonnebloemolie (voor het frituren)
- peper en zout

Meng in een diep bord de citroenrasp door het broodkruim en breng op smaak met peper en zout. Doe in twee aparte diepe borden de bloem en de eieren. Dep de inktvisringen met keukenpapier droog. Haal een ring eerst door het ei, dan door de bloem en als laatste door het broodkruim. Doe dit met alle ringen.
Hak de augurkjes en kappertjes fijn. Meng dit door elkaar en voeg mayonaise, yoghurt en knoflook toe. Breng op smaak met citroensap, peper en zout.
Verhit de olie in een (frituur)pan. Als je een ring erin doet en het gaat na paar seconden bruisen dan is het goed heet. Frituur de ringen per twee tegelijk zodat je ze snel om kan draaien zodat beide kanten mooi bruin en krokant frituren.

Lekker met een grote frisse salade erbij, dan is het genoeg als hoofdgerecht voor 3 personen.

woensdag 24 augustus 2011

Meringue monster, dat ben ik!


Een briefje in de bus van de bezorger dat ik niet thuis was toen hij een pakketje wilde afgeven. Een pakketje?? Ik heb toch niks besteld? Reuze nieuwsgierig haal ik het snel op en maak het open. Er komt een mega grote glimlach op mijn gezicht en ik begin plots hardcore speeksel aan te maken. Ja, Pavloveffect, daar heb ik last van. Voor mij ligt in de doos een mega meringue opgestuurd uit Frankrijk, nog voor mijn verjaardag. Ik neem er een gigantische hap uit waarbij stukjes schuim alle kanten op vliegen, mjummie!

Als kind gingen we altijd op vakantie naar Frankrijk. Omdat ik midden in augustus jarig ben vierde ik daar vaak mijn verjaardag. De heerlijkste taartjes werden bij het ontbijt geserveerd en ik mocht de hele dag ijsjes eten. Maar het aller aller gaafste aan jarig zijn op vakantie was dat ik een veel te grote meringue kreeg waar ik dan de hele dag op knabbelde.
Me echt jarig voelen doe ik dus met zo’n witte schuimberg voor mijn neus, en dat weet ook Anke. Daarom stuurt zij mij ieder jaar uit Frankrijk zo’n lichtgewicht suikerbom. Wat ben ik toch een bofkont, maar vooral een meringue monster!

Mocht ik onwijze trek hebben hebben en niet jarig zijn dan maak ik zelf meringues. Wel wat kleiner maar ook heel erg lekker:

- 3 eiwitten
- klein snufje zout
- 130 g fijne tafelsuiker
- 120 g gezeefde poedersuiker

Klop de eiwitten samen met het snufje zout stijf met een mixer. Voeg steeds een eetlepel fijne suiker toe totdat het een grote stijve witte massa is. Spatel luchtig de poedersuiker erdoor.
Schep met een lepel kleine bergjes op een met bakpapier beklede bakplaat. Zet deze in een op 100 graden voorverwarmde oven. Kijk na 30 minuten of ze al stevig zijn. Dit hangt ook af van de grootte van meringues. Als ze nog te zacht zijn en de bodem laat los laat ze dan nog wat langer in de oven staan.

Heerlijk bij glaasje zelfgemaakte advocaat of te verkruimelen over citroenhangop.

woensdag 17 augustus 2011

Bietencarpaccio met pistachenotendressing


In recepten heel nauwkeurig volgen ben ik niet zo goed. Ik vergeet ingrediënten of gooi per ongeluk bijvoorbeeld het verkeerde meel in het deeg. Maar het leuke is dat er door dit soort ongelukjes soms geweldige nieuwe recepten ontstaan. Zo had ik bij de Marokkaanse winkel een bos koriander aangezien voor platte peterselie. Eenmaal thuis baalde ik natuurlijk als een stekker maar toen ik het recept, eigenwijs als ik was, dan maar met koriander ging maken bleek het een hele goede vergissing te zijn. Sindsdien is dit voorgerecht een nieuwe favoriet geworden van mij en mijn vriendinnen.

Bietencarpaccio met pistachenotendressing
Voorgerecht voor 4 personen

- 2 verse bietjes van gelijke grootte
- 60 gr gepelde pistachenoten
- 2 tl fijngehakte verse munt
- 1.5 el fijngehakte verse koriander
- 1 el citroensap
- 1 tl citroenrasp
- 50 ml olijfolie
- 1 tl honing
- peper &zout
- 2 handjes gemengde sla
- volle schapenfeta

Snij de bietjes in heel dunne plakjes met bv een mandoline. Giet kokend water over de plakjes totdat ze net onder staan. Laat 1 minuut garen en giet af. Verdeel de plakjes biet over 4 borden.
Hak de pistachenoten fijn. Meng ze in een kom met de verse kruiden, citroen, olijfolie en honing. Breng op smaak met peper en zout. Leg een plukje sla in het midden, doe de dressing eromheen en kruimen de fetakaas erover.

Mocht je bij de Marokkaanse winkel meiknol tegenkomen dan is het ook leuk om deze af te wisselen met de biet. Het ziet er heel vrolijk uit met rood om wit.
En als je nog wat van de dressing over hebt, het is ook heel lekker bij gegrilde lamskoteletten.

(dit recept is ook in Margriet van 15 augustus 2011 verschenen)

zondag 14 augustus 2011

Zo zout heb ik het ooit gegeten


Ik staar naar mijn half opgegeten gekookte eitje. Het is het enige wat nog op tafel staat na het zondagsontbijt. En ik mag niet eerder van tafel totdat ik dat ei heb opgegeten. Maar ik lust het niet. Echt niet! Mijn moeder zei nog zo: ‘Let toch een beetje op met dat zout. Je moet het wel opeten’. Maar nee, ik ben veel te koppig dus heb ik er lekker veel op gestrooid. En ik zit met de gebakken peren, maar vooral dus met dat veel te zoute ei.

Toen was ik een jaar of zes en ik kan het mij nog goed herinneren. Je zou denken dat ik nu wat voorzichtiger met zout ben, maar nee. Ik vind het nog steeds een geweldige smaakmaker en eet er vast en zeker te veel van.
Nu ik samenwoon moet ik wel wat meer rekening houden met de hoeveelheid die ik door gerechten doe want krijg daar wel eens commentaar op. En niet alleen op de hoeveelheden, ook op de soorten zout die ik koop. Mijn lief is van mening dat al die verschillende potjes een kwestie van marketing is. Want zout is zout. Of het nou zit in een poepie chique verpakking zit, of uit een strooiwagen op de snelweg komt, volgens hem is het allemaal hetzelfde. En nadat hij een uitzending van Keuringsdienst van Waarden heeft gezien is hij helemaal overtuigd.

Ik ben het natuurlijk helemaal niet met hem eens. Zo ben ik verliefd op Fleur de Sel in de vorm van een grove korrel. Je vinger dippen in een beetje olijfolie en dan wat van het witte goedje erop, heerlijk vanwege de niet al te sterke smaak. Ja, en dit is toch echt anders dan het strooizout, onder andere door de manier van winnen. Als zeewater verdampt in grote bassins ontstaat er als eerste een heel dun vliesje. Dit wordt met de hand eraf gehaald en is erg tijdrovend. Daarnaast is er veel oppervlak nodig, ongeveer een achtertuin van een rijtjeshuis, om 1 kilo te winnen. Daarom is zo’n klein mooi potje best duur.
De geur van het zout zou volgens experts ook anders zijn doordat een bacterie kan overleven in dit zout waardoor een lichte viooltjesgeur ontstaan. Vandaar de naam Fleur de Sel.

En nog steeds gelooft mijn vriend niet dat er verschil kan zijn. Zelfs niet als ik uitleg dat er andere mineralen in het zout uit de Himalaya zit en waardoor deze licht roze kleurt terwijl zout uit Perzië door minderalen een een iets blauwige kleur heeft. Ach, het maakt ook niet veel uit, als ik maar kan genieten op zondagochtend van een eitje, 5 minuten in kokend water gekookt, op een geroosterde bruine boterham met een dikke laag roomboter. En als finishing touch een paar grove korrels Fleur de Sel. Mjummie!

donderdag 11 augustus 2011

Citroencake met kokoslaag


Trakteren op mijn werk vind ik een van de leukste dingen aan jarig zijn. Nee, niet met van die standaard slagroomtaarten, vlaaien of gevulde koeken maar zelfgemaakte baksels. Al een tijdje van te voren begint het bij mij dan te knagen: wat ga ik maken, voor hoeveel mensen, wat is makkelijk te vervoeren en waar kan ik veel van maken? Een van mijn favorieten om uit te delen is de chocoladecake met kokoslaag. Omdat ik in de zomer jarig ben maakte ik daar een frisse variant op: citroencake met kokoslaag. Super makkelijk en gezien de snelheid waarmee de traktatie op ging was het een succes.

Genoeg voor 20 stukken
Ingrediënten voor de cake:
- 3 eieren
- 250 gram fijne suiker
- 50 gram roomboter
- 2 deciliter melk
- 250 gram zelfrijzend bakmeel
- 2 kleine citroenen

Ingrediënten voor de kokoslaag:
- 100 gram geraspte kokos
- 250 gram witte basterdsuiker
- 125 gram roomboter
- 0.5 deciliter melk

Verwarm de oven op 175 graden.
Cake: klop met een handmixer de eieren met de suiker tot lichtgele romige massa. Verwarm de melk niet te heet en laat de boter daarin smelten. Schep het meel door het eimengsel. Voeg daarna de melk met boter toe en roer alles goed door elkaar. Voeg als laatste de rasp en het sap van de citroenen toe. Giet het is een ingevette of met bakpapier beklede rechthoekige vorm. Plaats in de oven en bak 20 minuten.
Kokoslaag: Verwarm in pannetje de melk en laat hierin de roomboter smelten. Meng er de kokos en de suiker door. Haal de cake uit de over en check de gaarheid met een satéprikker. Deze moet droog uit de cake komen. Bestrijk de bovenkant van de cake met het kokosmengsel en bak dit nog 5 minuten in een oven op 250 graden. Af laten koelen, in stukken snijden en met folie afdekken. Klaar om volgende dag uit te delen!

zaterdag 6 augustus 2011

VANDERDONK: paradijs voor chocolade


Door Amsterdam fietste ik om de nieuwe editie receptkaarten van ZTRDG.nl rond te brengen bij de Vrienden. Het krat op mijn omafiets was goed zwaar en in de spits met ook nog eens hordes toeristen was het soms flink manoeuvreren. Maar geen probleem, ik kwam bij alle winkels waar ik moest zijn, zo ook bij VANDERDONK. Voor mij was het de eerste keer dat ik hier binnenstapte, maar werd meteen heel vriendelijk begroet door de 2 heren achter de toonbank vol prachtig lekkers. Toen ik aan de slag wilde gaan met de kaarten in het rekje plaatsen kreeg ik een bonbon aangeboden. Precies de juiste hadden ze voor mij uitgekozen: gezouten karamel met vanille. Ik rook eraan, deed ‘m in mijn mond en liet langzaam de chocolade op mijn tong smelten totdat daar de zachte smaak van karamel met het aangename zout vrij kwam. Alsof een engeltje op mijn tong pieste!
Ik bedankte vriendelijk en fietste weer verder. Na 5 straten proefde ik nog steeds de chocolade en dacht: ik ben wel gek als ik nu verder fiets, ik wil meer!!! En hup, fiets gekeerd en linea recta terug naar de Nieuwe Spiegelstraat 72. De heren moesten lachen dat ik wederom voor hun neus stond en vulden voor mij een doosje met de kleine donkere juweeltjes. Ik spoedde mij naar huis om te genieten van de delicieuze heerlijkheden. Ja, VANDERDONK is hét fine chocolate paradijs.

www.vanderdonkchocolates.nl

zaterdag 30 juli 2011

Kersen


Kersen, wat zijn dat toch prachtige vruchten. Zo mooi donkerrood, vlezig en zoet dat het echt een traktatie is om ze te eten. Natuurlijk kan je er jam van koken, verwerken in taart of ze inmaken maar eigenlijk vind ik dat zonde.
Ik eet ze het liefst in de buitenlucht, net zoals vroeger. Dan zat ik op het stoepje voor het huis en deed ik een wedstrijdje pitspugen met mijn moeder. Dat spugen, dat vind ik misschien wel het allerleukste aan de hele kers!

zondag 24 juli 2011

Wildplukken



Als ik een wandeling maak herken ik nog wel bramenstruiken, vlierbloesem en zuring. Maar veel verder gaat mijn kennis niet buiten de groenteafdeling van de super. En dat is eigenlijk hartstikke zonde want er groeit zo ongelooflijk veel lekker eetbaars in de buitenlucht. Daarom besloot ik mee te doen met een cursus wildplukken onder leiding van Edwin Flores van Casa Foresta.

Wij groentjes in het wildplukken verzamelden ons in het Park Sonsbeek in Arnhem. Nog geen 3 stappen gezet buiten het pad en we begaven ons tussen de eetbare wilde planten: madeliefjes perfect voor in een salade, kaasjeskruid heerlijk om er bloemenboter mee te maken en zevenblad voor in een stamppotje. Dus wat ik als onkruid beschouw kan je gewoon eten! En zo liepen we al grazend door het park. Het voelde alsof ik in één grote slakom banjerde waarin bijna alles te eten was. Geweldig!
En toen gingen we aan de slag met het echte werk: paddenstoelen determineren. Dankzij de Dutch monsoon van afgelopen tijd was er flink wat te vinden. Maar het blijkt nog een best lastige klus om uit te zoeken wat je in het eggie ziet en hoe dat dan heet in een boekie. Dus wat mij betreft niet iets om te doen zonder een kenner want als je de verkeerde eet ben je zo kassiewijle. Maar met Edwin de ultimate outdoor survival dude aan mijn zijde durfde ik alles aan: reuzenzwam, eekhoorntjesbrood en rare grote bollen. En de super ontdekking was wilde cantharellen! Edwin sprong een gat in de lucht en toen hij even niet oplette tijdens zijn adrenaline rush stond hij pardoes op zo’n klein teer geel gevalletje. Wat kan je dan beter doen dan de overgebleven kruimels in je mond stoppen en genieten van de zachte smaak die eindigde in een aangename tinteling van een pepertje op je tong?

De wildplukdag eindigde met een stoere bbq met onze vangst op het vuur, glaasje wijn erbij en genieten van wat alles wat de natuur te bieden heeft. Dit wil ik vaker doen!!